| |
WEDSTRIJD OKTOBER 2008 |
| |
|
| |
Vraag 1 : Opslag ploeg A. De achterspeler van ploeg B speelt de bal, die zich gedeeltelijk boven de bovenste netrand bevindt, onmiddellijk vanuit de voorzone terug naar het kamp van ploeg A. Hoe reageert de SR?
A. Hij bestraft deze actie daar het om een opslag gaat.
B. Hij bestraft deze actie omdat het om een achterspeler gaat.
C. Hij toleert deze actie zolang de achterspeler niet springt in de voorzone.
D. Hij toleert deze actie enkel en alleen als de speler de bal correct speelt. (13.2.4)
|
| |
|
| |
Vraag 2 : De opslaggever nr. 4 van ploeg B gooit de bal op om zijn opslag uit te voeren. De opgegooide bal raakt evenwel de basketring die boven hem hangt. Bovendien valt de bal op de grond na hem eerst geraakt te hebben. Wat beslist de SR?
A. Hij laat een 2de poging tot opslag toe.
B. Hij laat de opslag hernemen maar geeft een sanctie voor spelvertraging.
C. Fout van speler nr. 4 van ploeg B, dus verlies van de spelfase. (12.4.2)
D. Speler nr. 4 van ploeg B mag de opslag hernemen binnen de toegelaten 8 sec.
|
| |
|
| |
Vraag 3 : Wanneer zal de SR fluiten als een achterspeler een aanvalsactie uitvoert, waarbij hij bij de afstoot de voorzone raakt en de bal bevindt zich gedeeltelijk boven de bovenste rand van het net.
A. Onmiddellijk bij het spelen van de bal.
B. Als de bal in de richting van de tegenstrever gaat.
C. Als de bal het net helemaal overschrijdt of door het blok geraakt wordt.
D. De SR fluit niet en laat gewoon verder spelen. (13.2.3)
|
| |
|
| |
Vraag 4 : De kapitein van ploeg A is er niet zeker van dat de opslagvolgorde van zijn ploeg wel correct is. Hij vraagt de 2° SR de opstelling van zijn ploeg na te kijken alvorens verder te spelen. Wat is de reactie van de 1° SR ?
A. Hij laat het spel verder zetten en fluit voor opslag.
B. Hij vraagt de 2° SR de opstelling na te kijken vooraleer het spel verder te zetten. (5.1.2.2)
C. Hij verstrekt de de kapitein de nodige informatie in verband met de opstelling van zijn en de andere ploeg.
D. Hij weigert de vraag van de kapitein en geeft een sanctie voor spelvertraging.
|
| |
|
| |
Vraag 5 : Een voetfout bij de middellijn wordt gemaakt zodra de voet(en)....
A. gedeeltelijk over de middellijn staat(staan).
B. in de lucht boven het kamp van de tegenstrever zweven.
C. op de middellijn staan.
D. geen contact meer hebben met en zich niet boven de middellijn bevinden. (11.2.2.1)
|
| |
|
| |
|
| |
|
| |