WEDSTRIJD SEPTEMBER 2011

 
     
 

Vraag 1: Tijdens een verdedegingsactie botsen 2 spelers van ploeg A tegen elkaar. Eén van de spelers bloedt hierbij uit de neus. De coach vraagt onmiddellijk een spelerswissel aan. De wisselspeler dient zich aan in training. Hoe reageert de SR?

  1. Hij laat de wissel doorgaan maar geeft de ploeg een sanctie voor spelvertraging.
  2. Hij weigert de wissel omdat de reservespeler niet klaar staat in wedstrijdkledij
  3. Hij laat de wissel doorgaan en geeft de wisselspeler de tijd om zijn training uit te doen.
  4. Hij geeft een TO voor de ploeg A en laat daarna de wissel – indien nog nodig - doorgaan.
 
     
 

Vraag 2: De spelverdeler van ploeg A geeft een laterale pas aan het net naar speler nr 4. Die duwt de bal die reeds over het net is met beide handen in het blok van ploeg B. Wat beslist de SR ?

  1. Hij laat doorspelen.
  2. Hij fluit voor fout van ploeg A.
  3. Hij fluit voor dubbele fout.
  4. Hij fluit voor fout van ploeg B
 
     

Vraag 3 : Speler nr. 5 van ploeg B voert een sprongopslag uit waarbij hij aanloopt van buiten de opslagzone. Hoe reageert de SR?

  1. Hij keurt dit zonder meer goed.
  2. Hij fluit voor dubbele fout en laat de opslag opnieuw nemen.
  3. Hij keurt dit goed als de afstoot binnen de opslagzone plaatsvond.
  4. Hij beoordeelt deze actie als fout en geeft de opslag aan ploeg B.
 
     
 

Vraag 4 : Tijdens de 2de set staat speler nr. 3 van ploeg A klaar om op te slaan. Voor het fluitsignaal voor opslag stelt de markeerder vast dat speler 4 dient op te slaan. De markeerder roept naar speler 4 dat hij dient op te slaan waarop speler 3 de bal doorgeeft aan speler 4. Wat doet de SR ?

  1. Hij geeft een waarschuwing aan de markeerder en laat speler nr 4 opslaan.
  2. Hij bestraft ploeg A voor opslagfout (verkeerde rotatie).
  3. Hij geeft de markeerder een gele kaart voor onsportief gedrag en bijgevolg de opslag aan ploeg B.
  4. Hij fluit onmiddellijk voor opslag en speler 4 dient binnen de 8 seconden op te slaan.
 
     
 

Vraag 5 : Na een receptie van ploeg A gaat de bal in de richting van het net en gaat gedeeltelijk voorbij het verticaal plan van het net. De spelverdeler springt en kan nog net de bal terugspelen naar zijn kamp. Hij reikt hierbij met zijn hand voorbij het verticaal plan van het net. Wat beslist de SR ?

  1. Hij fluit voor fout van ploeg A
  2. Hij laat doorspelen.
 
     
     
     
     

 

 
ONZE SPONSORS
 
 
 
 
 
Webmaster : webmaster.vovsr@gmail.com